top of page
Zoeken

Waarom goed slapende baby's niet per definitie "goede slapers" zijn

"Onze baby sliep al door vanaf zes weken."

"Mijn dochter is bijna één jaar en wordt nog elke nacht wakker. Doe ik iets verkeerd?"


Als slaapexpert hoor ik deze uitspraken bijna dagelijks. Opvallend genoeg worden ze vaak gevolgd door gevoelens van trots of juist schuld.

Maar achter beide uitspraken schuilt dezelfde aanname:

Een baby die snel doorslaapt, is een "goede slaper". Een baby die vaak wakker wordt, is een "slechte slaper".

Hoewel deze gedachte diep ingebakken zit in onze maatschappij, strookt ze niet met wat we vandaag weten over de ontwikkeling van slaap.


In deze blog leg ik uit waarom de slaap van een baby veel complexer is dan het aantal uren dat hij of zij doorslaapt, en waarom slaap nooit beoordeeld mag worden zonder rekening te houden met ontwikkeling, temperament en context.



Wat betekent "goed slapen" eigenlijk?

Wanneer ouders zeggen dat hun baby goed slaapt, bedoelen ze meestal één van de volgende dingen:

  • lange blokken slapen;

  • weinig nachtelijke ontwakingen;

  • zelfstandig inslapen;

  • voorspelbare slaapmomenten.

Dat zijn begrijpelijke verwachtingen.

Maar vanuit biologisch oogpunt vertellen ze slechts een klein deel van het verhaal.


Slaap is namelijk geen vaardigheid die een baby "leert" zoals fietsen of lezen.

Slaap is een neurobiologisch ontwikkelingsproces dat gestuurd wordt door de rijping van de hersenen, de ontwikkeling van het circadiane ritme, hormonale processen, genetische factoren en de interactie met de omgeving.


Met andere woorden:

Een baby slaapt niet goed omdat hij een goede slaper is. Een baby slaapt zoals zijn ontwikkeling, temperament en omgeving dat op dat moment toelaten.

De eerste factor: neurologische maturatie

Een belangrijke determinant van slaap is de rijping van het centrale zenuwstelsel.

Bij de geboorte zijn de hersenen nog volop in ontwikkeling.

Onder andere de volgende processen moeten nog rijpen:

  • het circadiane ritme

  • de productie van melatonine

  • slaapcycli

  • de koppeling tussen opeenvolgende slaapcycli

  • stressregulatie

  • autonome regulatie

Daarom slapen pasgeborenen fundamenteel anders dan oudere kinderen.


Sommige baby's ontwikkelen deze systemen sneller dan anderen.

Dat betekent niet dat hun ouders "iets beter doen".

Het betekent dat hun neurologische ontwikkeling op dat moment anders verloopt.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat er enorme normale variatie bestaat in slaapduur, het aantal nachtelijke ontwakingen en het moment waarop kinderen langere slaapblokken ontwikkelen.

Er bestaat dus geen universele leeftijd waarop een baby "zou moeten doorslapen".


De tweede factor: temperament

Niet elk kind wordt geboren met hetzelfde temperament.

Temperament verwijst naar aangeboren verschillen in hoe kinderen reageren op prikkels, emoties reguleren en zich aanpassen aan veranderingen.

Sommige baby's:

  • zijn gevoeliger voor geluid, aanraking, ...

  • reageren sterker op veranderingen

  • hebben meer tijd nodig om tot rust te komen

  • zijn sneller overprikkeld

Andere baby's lijken overal doorheen te slapen.


Geen van beide is beter.

Het zijn verschillen in neurobiologische aanleg.

Onderzoek toont aan dat temperament een belangrijke speller is van slaapgedrag tijdens de eerste levensjaren.

Een gevoeliger zenuwstelsel betekent vaak niet minder slaap, maar wel meer ondersteuning nodig hebben om die slaap te bereiken.


De derde factor: biologische variatie

Ouders vergelijken zichzelf voortdurend.

"We gebruiken exact hetzelfde bedritueel."

"Mijn vriendin doet hetzelfde als ik."

"Waarom slaapt haar baby wel door?"

Het eerlijke antwoord is:Omdat kinderen verschillen - zelfs binnen hetzelfde gezin.

Onderzoek toont aan dat genetische factoren een belangrijke rol spelen bij slaapduur, slaapkwaliteit, slaaparchitectuur en gevoeligheid voor nachtelijke ontwakingen.

Dat betekent dat twee ouders exact dezelfde opvoeding kunnen bieden, terwijl hun kinderen totaal verschillend slapen.

Dat maakt de ene ouder niet succesvoller dan de andere.


De invloed van de omgeving

Uiteraard speelt de omgeving óók een rol.

Denk aan:

  • licht

  • voeding

  • stress

  • ziekte

  • slaapomgeving;

  • ouder-kindinteracties

  • voorspelbaarheid

  • emotionele veiligheid.

Maar die factoren werken nooit los van de biologische kenmerken van het kind.


Hetzelfde advies kan daarom bij het ene gezin uitstekend werken en bij een ander nauwelijks effect hebben.

Dat is precies waarom standaardlijstjes met slaaptips vaak teleurstellen.


Waarom standaardadvies niet volstaat

Wanneer een baby slecht slaapt, zoeken ouders vaak naar dé oplossing.

Op internet vinden ze honderden adviezen:

  • maak de kamer donker

  • verleng de wakkertijd

  • verkort de dutjes

  • laat hem huilen

  • neem hem vaker vast

  • voed minder

  • voed juist meer....

Sommige adviezen spreken elkaar zelfs volledig tegen.


Het probleem?

Geen enkel advies vertrekt vanuit de vraag:

Waarom slaapt dit specifieke kind op deze manier?


Binnen The Sleep Code® geloven we dat goede slaapbegeleiding begint met analyse.

Niet met oplossingen.

Pas wanneer we begrijpen:

  • hoe het kind zich ontwikkel

  • welk temperament het heeft

  • hoe stress gereguleerd wordt

  • welke context meespeelt

  • hoe ouders de situatie ervaren...

kunnen we samen een plan opstellen dat werkelijk aansluit bij dit gezin.



Goed slapen is geen wedstrijd

Misschien is dit wel de belangrijkste boodschap.

  • Een baby die vroeg doorslaapt is niet automatisch een betere slaper.

  • En ouders van een baby die vaker wakker wordt, zijn niet automatisch minder competent.


Wanneer we slaap uitsluitend beoordelen op het aantal uren dat een kind slaapt, vergeten we dat slaap een dynamisch ontwikkelingsproces is.

Goede slaapondersteuning betekent daarom niet streven naar een perfect slapend kind.

Het betekent begrijpen wat dit kind nodig heeft om zich veilig, gezond en in zijn eigen tempo te ontwikkelen.

Want uiteindelijk draait slaap niet om perfectie - het draait om ontwikkeling.


Bronnen

Anders TF, Sadeh A, Appareddy V. Normal sleep in neonates and children. Pediatric Clinics of North America. 2004;51(1):47–65.

Bathory E, Tomopoulos S. Sleep Regulation, Physiology and Development. Pediatric Review. 2017;38(8):355–365.

Jenni OG, O'Connor BB. Children's Sleep: An Interplay Between Culture and Biology. Pediatrics. 2005;115(Suppl 1):204–216.

Mindell JA, Leichman ES, Composto J, Lee CI. Development of infant and toddler sleep patterns: real-world data from a mobile application. Journal of Sleep Research. 2016.

Sadeh A, Tikotzky L, Scher A. Parenting and infant sleep. Sleep Medicine Reviews. 2010;14(2):89–96.

Tikotzky L, Sadeh A. Maternal sleep-related cognitions and infant sleep. Sleep Medicine Reviews. 2010.

Galland BC, Taylor BJ, Elder DE, Herbison P. Normal sleep patterns in infants and children: a systematic review. Sleep Medicine Reviews. 2012;16(3):213–222.

Paavonen EJ, Pesonen AK, Heinonen K, et al. Infant sleep and child development. Sleep Medicine Reviews. 2020.

 
 
 

Opmerkingen


DE BABYSLAAPCOACH

THE SLEEP CODE® BABY- & KINDERSLAAPCOACH

© Copyright - 2026 - Lise Dullaerts - Alle rechten voorbehouden

Artevelde hogeschool
vives hogeschool
Leerkracht en docent
expert in slaap bij jonge kinderen
opleiding tot slaapcoach
masterclass
slapen in verbinding
Opleiding slaapcoach
Babyslaaapcoach opleiding
Kinderslaap

 

  • opleiding baby- en kinderslaapcoach

  • kinderslaapcoach opleiding

  • opleiding slaapcoach

  • slaapcoach opleiding voor zorgverleners

bottom of page