top of page
Zoeken

Opinie: Het debat over samen slapen gaat over de verkeerde vraag

De voorbije dagen laaide het debat over samen slapen opnieuw op na een artikel op VRT NWS. Zoals zo vaak ontstaan er dan twee kampen.

  • Aan de ene kant ouders en de professionals die waarschuwen voor de risico's van bedsharing.

  • Aan de andere kant ouders en (wij) de experts die benadrukken dat samen slapen voor veel gezinnen een bewuste en waardevolle keuze is.

Maar ik bedenk me plots: misschien stellen we al jaren de verkeerde vraag. Misschien is de vraag niet: "Is samen slapen goed of slecht?" Misschien is de echte vraag: "Waarom kiezen zoveel gezinnen ervoor?"

De slaapplaats is zelden het echte verhaal

In de praktijk kiezen vele ouders niet voor samen slapen omdat ze een ideologische overtuiging hebben.

  • Ze kiezen ervoor omdat hun baby elke twee uur wakker wordt.

  • Omdat borstvoeding geven anders onhoudbaar wordt.

  • Omdat hun kind ziek is.

  • Omdat hun peuter een moeilijke periode doormaakt.

  • Omdat ze zelf uitgeput zijn.

  • Omdat het op dat moment werkt voor hun gezin.


Met andere woorden: bedsharing is vaak geen oorzaak van een probleem, maar een antwoord op een behoefte.


Dat betekent niet dat elke vorm van samen slapen automatisch veilig is.

Maar het betekent wel dat we moeten stoppen met doen alsof de slaapplaats op zichzelf de verklaring is voor alles wat er nadien gebeurt.


Wat zegt de wetenschap?

De wetenschappelijke literatuur over bedsharing is genuanceerder dan de meeste krantenkoppen doen vermoeden. Wat we wél weten, is dat veiligheid altijd het uitgangspunt moet zijn.


  1. Voor jonge baby's blijven internationale richtlijnen adviseren om een baby op een eigen, vlak en stevig slaapoppervlak te laten slapen, zonder kussens, dekbedden of losse materialen. De American Academy of Pediatrics (AAP) adviseert roomsharing zonder bedsharing gedurende minstens de eerste zes maanden, idealiter het eerste levensjaar, omdat dit geassocieerd is met een lager risico op slaapgerelateerde zuigelingensterfte (Moon et al., 2022).

  2. Tegelijk erkennen organisaties zoals UNICEF UK Baby Friendly Initiative, The Lullaby Trust en verschillende Europese experts dat veel gezinnen op een bepaald moment bewust of onbedoeld samen slapen. Daarom pleiten zij ervoor om ouders niet alleen te informeren over de risico's, maar ook over hoe zij gevaarlijke situaties kunnen vermijden wanneer samen slapen toch gebeurt.

  3. Factoren zoals roken tijdens of na de zwangerschap, alcohol- of drugsgebruik, sederende medicatie, extreme vermoeidheid, prematuriteit, een laag geboortegewicht en slapen op een sofa of zetel verhogen het risico aanzienlijk en maken bedsharing onveilig (Carpenter et al., 2013; Blair et al., 2014).

Veilig slapen gaat daarom niet alleen over de vraag waar een kind slaapt, maar ook over onder welke omstandigheden. Dat onderscheid is essentieel om ouders correcte, realistische en bruikbare informatie te geven.

Dat zijn belangrijke boodschappen die we moeten blijven uitdragen.


Maar de wetenschap vertelt ons nog iets anders.

  1. Er is geen overtuigend bewijs dat bedsharing op zichzelf leidt tot onveilige hechting. Hechtingsonderzoek toont consequent aan dat veilige hechting vooral samenhangt met ouderlijke sensitiviteit en responsiviteit, niet met een specifieke slaaplocatie (Ainsworth et al., 1978; Sroufe, 2005).

  2. Er is ook geen overtuigend bewijs dat kinderen afhankelijk worden omdat ouders 's nachts responsief reageren. Integendeel, vanuit de hechtingstheorie wordt verondersteld dat consistente responsiviteit juist bijdraagt aan de ontwikkeling van zelfregulatie en autonomie op langere termijn (Bowlby, 1988; Grossmann et al., 2005).

  3. En er is evenmin sterk bewijs dat kinderen die samen slapen op lange termijn meer gedrags- of emotionele problemen ontwikkelen. Verschillende longitudinale studies vonden geen consistente relatie tussen bedsharing en negatieve psychosociale uitkomsten wanneer rekening wordt gehouden met factoren zoals gezinscontext, cultuur en ouderlijke kenmerken (Mileva-Seitz et al., 2017; Barry, Madsen & Nelson, 2019).

De realiteit blijkt veel complexer.


Hechting & afhankelijkheid ontstaan niet door een slaapplaats

Een van de meest voorkomende misverstanden in dit debat is dat nabijheid en afhankelijkheid met elkaar worden verward.

Wanneer ouders reageren op hun kind tijdens de nacht, wordt soms gesuggereerd dat ze ongewenst gedrag bekrachtigen of autonomie in de weg staan.

Maar dat is niet wat de hechtingstheorie ons leert:

  • Kinderen ontwikkelen zelfstandigheid niet ondanks een veilige basis.

    • Ze ontwikkelen zelfstandigheid dankzij een veilige basis.

  • Zelfregulatie ontstaat niet uit isolatie.

    • Ze ontstaat uit duizenden momenten van co-regulatie.

Niet de slaapplaats bepaalt de kwaliteit van de hechting, maar de kwaliteit van de relatie.


Het probleem met zwart-witadviezen

Wat mij misschien nog het meest zorgen baart, is hoe snel ouders zich veroordeeld voelen in dit debat.

  • Ouders die samen slapen krijgen te horen dat ze slaapproblemen creëren.

  • Ouders die hun kind apart laten slapen krijgen soms het gevoel dat ze onvoldoende nabij zijn.

Alsof de slaapplaats een morele keuze is geworden.

Maar ouders hebben geen nood aan meer schuldgevoel.

  • Ze hebben nood aan correcte informatie.

  • Ze hebben nood aan nuance.

  • Ze hebben nood aan professionals die verder kijken dan de slaapplaats alleen.


Een ontwikkelingsgerichte blik op slaap

Binnen The Sleep Code® bekijken we slaap niet als een losstaand gedrag dat gecorrigeerd moet worden.

We bekijken slaap als een dynamisch samenspel van ontwikkeling, neurologische rijping, regulatie, ouder-kind interacties, context en ouderdraagkracht.

Vanuit onze visie is bedsharing geen wondermiddel. Maar het is ook niet automatisch een probleem. Het is één mogelijke keuze binnen een veel groter geheel.

De relevante vragen zijn daarom niet:

"Slaapt dit kind alleen?"

of

"Slaapt dit kind bij de ouders?"


De relevante vragen zijn:

  • Is de situatie veilig?

  • Wat heeft dit kind nodig?

  • Wat heeft dit gezin nodig?

  • Welke rol speelt ontwikkeling?

  • Hoe verloopt de regulatie?

  • Is deze keuze op dit moment helpend voor alle betrokkenen?

Dat zijn de vragen die ertoe doen.


Een debat dat beter kan

Het debat over samen slapen zou niet moeten gaan over winnen of verliezen.

  • Niet over voor of tegen.

  • Niet over ideologie.

Wel over veiligheid, ontwikkeling en geïnformeerde keuzes.

Want uiteindelijk slapen kinderen niet in een studie. Ze slapen in gezinnen. Gezinnen die zoeken naar rust, verbinding en een manier die werkt voor hen.

En misschien moeten we daar beginnen.

Niet bij de vraag waar een kind slaapt.

Maar bij de vraag wat een kind, en zijn ouders, nodig hebben om goed te kunnen slapen.


Bronnen: Ainsworth, M. D. S., Blehar, M. C., Waters, E., & Wall, S. (1978). Patterns of attachment: A psychological study of the strange situation. Lawrence Erlbaum Associates.

Barry, E. S., Madsen, S. D., & Nelson, L. J. (2019). Co-sleeping and child psychosocial development: A longitudinal study. Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics, 40(4), 287–295.

Blair, P. S., Sidebotham, P., Pease, A., & Fleming, P. J. (2014). Bed-sharing in the absence of hazardous circumstances: Is there a risk of sudden infant death syndrome? PLOS ONE, 9(9), e107799. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0107799

Bowlby, J. (1988). A secure base: Parent-child attachment and healthy human development. Basic Books.

Carpenter, R., McGarvey, C., Mitchell, E. A., Tappin, D. M., Vennemann, M. M., Smuk, M., Carpenter, J. R., & Bed Sharing Research Group. (2013). Bed sharing when parents do not smoke: Is there a risk of SIDS? An individual level analysis of five major case-control studies. BMJ Open, 3(5), e002299. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2012-002299

Grossmann, K. E., Grossmann, K., & Waters, E. (Eds.). (2005). Attachment from infancy to adulthood: The major longitudinal studies. Guilford Press.

Mileva-Seitz, V. R., Bakermans-Kranenburg, M. J., Battaini, C., & Luijk, M. P. C. M. (2017). Parent-child bed-sharing: The good, the bad, and the burden of evidence. Sleep Medicine Reviews, 32, 4–27. https://doi.org/10.1016/j.smrv.2016.03.003

Moon, R. Y., Carlin, R. F., & Hand, I. (2022). Sleep-related infant deaths: Updated 2022 recommendations for reducing infant deaths in the sleep environment. Pediatrics, 150(1), e2022057990. https://doi.org/10.1542/peds.2022-057990

Sroufe, L. A. (2005). Attachment and development: A prospective, longitudinal study from birth to adulthood. Attachment & Human Development, 7(4), 349–367. https://doi.org/10.1080/14616730500365928

Aanvullende richtlijnen rond veilig samen slapen

UNICEF UK Baby Friendly Initiative. (2021). Caring for your baby at night: A guide for parents. UNICEF UK. https://www.unicef.org.uk/babyfriendly

The Lullaby Trust. (2024). Safer sleep for babies. The Lullaby Trust. https://www.lullabytrust.org.uk

 
 
 

Opmerkingen


DE BABYSLAAPCOACH

THE SLEEP CODE® BABY- & KINDERSLAAPCOACH

© Copyright - 2026 - Lise Dullaerts - Alle rechten voorbehouden

Artevelde hogeschool
vives hogeschool
Leerkracht en docent
expert in slaap bij jonge kinderen
opleiding tot slaapcoach
masterclass
slapen in verbinding
Opleiding slaapcoach
Babyslaaapcoach opleiding
Kinderslaap

 

  • opleiding baby- en kinderslaapcoach

  • kinderslaapcoach opleiding

  • opleiding slaapcoach

  • slaapcoach opleiding voor zorgverleners

bottom of page